Toggle navigation
Polly Lingual
Berichten
Instellingen
they
Engels
English
Bladwijzer toevoegen
Bladwijzer verwijderen
Bewerken
Review lijst >
Gemarkeerde Woorden >
Voorbeelden
Examples
They are working on a book.
Zij werken aan een boek.
They gave us the tickets.
Zij hebben de kaartjes aan ons gegeven.
They sit
Zij zitten.
They push
Zij duwen.
They hurry
Zij schieten op.
They aren't fine.
Het gaat niet goed met hen.
They speak.
Zij praten.
How many are they?
Met z'n hoevelen zijn ze?
They can finish.
Ze kunnen eindigen.
They seemed to know.
Ze leken het te weten.
Gerelateerde videos
Related Videos
active
Quando eu uso "may" expressando duvida? Pode me explicar quando uso "may" e nao posso usar "can" ao inves?
Nayane Bremm
active
Quando e mais comum usar o "be going to" ou o "will". Pode me dar alguns exemplos quando usar cada um e por que seria mais adequado em casa frase?
Nayane Bremm
active
Introduction: Susanna Roberson
Susanna Roberson
active
Introduction: Nadine
Nadine
active
Introduction: Rogielyn Manuel
Rogielyn Manuel
Other Activities
Polly Ambassadors
Polly Passport
Daily Crosswords
Review lijst
Review List
Gemarkeerde Woorden
Bookmarked Words
Engelssprekende regio's
English-Speaking Regions
Frans
Engels
Italiaans
Duits
Portugees
Nederlands