Werkwoorden op ~s

~s Verbs

Vocabulaire

Vocabulary

Play work
werken
Play see
zien
Play live
leven wonen
Play sit
zitten
Play stay
blijven
Play know
weten kennen

Zinnen

Phrases

Play I work
Ik werk.
Play You sit
Jij zit. U zit. Jullie zitten.
Play He stays
Hij blijft.
Play She sees
Zij ziet.
Play It knows
Het weet.
Play We live
Wij leven.
Play You all work
Jullie werken allemaal.
Play They sit
Zij zitten.

Ask the Polly Ambassadors a question

Comments

Frans Italiaans Duits Portugees Nederlands