Voornaamwoorden

Pronouns

Voornaamwoorden verwijzen naar zelfstandige naamwoorden (of naamwoordgroepen) die uit de context duidelijk zijn. Net als zelfstandige naamwoorden kunnen ze het onderwerp van een zin zijn, of het object van een werkwoord of voorzetsel. In het Nederlands zijn bijvoorbeeld "ik" en "hij" voornaamwoorden.

Voorbeelden

Examples

Play her
haar vrouwelijk enkelvoud derde persoon obliquus persoonlijk
Play his
zijn mannelijk enkelvoud derde persoon genitief bezittelijk zijne mannelijk enkelvoud derde persoon bezittelijk
Play him
hem mannelijk enkelvoud derde persoon obliquus persoonlijk
Play us
ons meervoud eerste persoon obliquus persoonlijk
Play mine
mijne enkelvoud eerste persoon bezittelijk
Play its
zijn derde persoon genitief bezittelijk haar derde persoon genitief bezittelijk
Play this
dit enkelvoud aanwijzend
Play yours
jouwe enkelvoud tweede persoon bezittelijk uwe enkelvoud tweede persoon formeel bezittelijk
Play me
mij enkelvoud eerste persoon obliquus persoonlijk me enkelvoud eerste persoon obliquus persoonlijk
Play that
dat enkelvoud aanwijzend
Play ours
onze meervoud eerste persoon bezittelijk
Play them
hen meervoud derde persoon obliquus persoonlijk hun meervoud derde persoon obliquus persoonlijk ze meervoud derde persoon obliquus persoonlijk
Play theirs
hunne meervoud derde persoon bezittelijk
Play those
dat meervoud ver aanwijzend die meervoud ver aanwijzend
Play what
wat vragend
Play these
dit meervoud dichtbij aanwijzend deze meervoud dichtbij aanwijzend
Play who
wie vragend
Play hers
hare vrouwelijk enkelvoud derde persoon bezittelijk
Play which
welk vragend welke vragend
Play whose
van wie vragend wiens verouderd vragend
Play I-and-I
wij Jamaica jij en ik Jamaica ik Jamaica
Play whom
wie vragend
Play I-man
ik Jamaica
Play I-yah
jij Jamaica
Play other
ander enkelvoud andere meervoud
Frans Engels Italiaans Duits Portugees Nederlands